Verordening meedoenbudget
College van B&W
Gemeente Rijssen-Holten
Postbus 244
7460 AE Rijssen
Onze ref: 2026-03
Betreft: Gevraagd advies verordening Meedoen-budget minimabeleid gemeente Rijssen-Holten 2027
Datum: 13 juli 2026
Geacht college,
De Adviesraad Sociaal Domein (ASD) heeft kennisgenomen van de verordening Meedoen-budget minimabeleid gemeente Rijssen-Holten 2027.
De ASD onderschrijft de doelstelling van de verordening om inwoners met een laag inkomen te ondersteunen bij maatschappelijke participatie. Het kunnen deelnemen aan sport, cultuur, onderwijs en sociale activiteiten draagt bij aan gezondheid, ontwikkeling en het voorkomen van sociale uitsluiting.
De ASD is positief over de voorgestelde verruiming van het meedoen-budget, de mogelijkheid om een deel van het budget voor volwassenen te sparen, de ambtshalve toekenning aan inwoners met een Participatiewet-uitkering en de opname van een hardheidsclausule. Deze keuzes vergroten de bruikbaarheid van de regeling.
De ASD geeft de volgende (algemene) adviezen:
De ervaring leert dat juist inwoners die de ondersteuning het hardst nodig hebben, de weg naar gemeentelijke regelingen niet altijd weten te vinden.
De ASD adviseert daarom actief in te zetten op het voorkomen van niet-gebruik door:
- inwoners persoonlijk te benaderen waar dat mogelijk is;
- de regeling eenvoudig en begrijpelijk uit te leggen;
- maatschappelijke organisaties actief te betrekken bij het onder de aandacht brengen van de regeling.
2. Houd de regeling toegankelijk
De aanvraag verloopt digitaal. Voor een deel van de doelgroep vormt dit nog altijd een belemmering.
De ASD adviseert daarom voldoende mogelijkheden te bieden voor persoonlijke ondersteuning bij de aanvraag en inwoners niet uitsluitend afhankelijk te maken van digitale dienstverlening.
3. Monitor de effecten van de inkomensgrens
De gekozen grens van 120% van de bijstandsnorm is begrijpelijk, maar de ASD vraagt aandacht voor huishoudens die net boven deze grens uitkomen en eveneens moeite hebben om maatschappelijke activiteiten te bekostigen.
De ASD adviseert de effecten van deze grens te monitoren en deze bij een evaluatie opnieuw te beoordelen.
4. Besteed aandacht aan communicatie
De regeling bevat verschillende voorwaarden over sparen, geldigheidsduur en het vervallen van budgetten.
De ASD adviseert deze voorwaarden eenvoudig en duidelijk te communiceren, zodat inwoners weten waar zij recht op hebben en optimaal gebruik kunnen maken van de regeling.
De ASD adviseert de regeling binnen twee jaar te evalueren. Daarbij adviseren wij niet alleen te kijken naar het aantal aanvragen, maar ook naar:
- het bereik van de doelgroep;
- het niet-gebruik;
- de ervaringen van inwoners;
- de kennis en ervaring van ervaringsdeskundigen;
- de uitvoerbaarheid van de regeling.
Conclusie
De ASD vraagt nadrukkelijk aandacht voor een goede toegankelijkheid van de regeling. Het succes van het meedoen-budget wordt niet alleen bepaald door de inhoud van de verordening, maar ook door de mate waarin inwoners de regeling weten te vinden en daadwerkelijk gebruik kunnen maken van de beschikbare voorzieningen.
Met inachtneming van bovenstaande adviezen adviseert de ASD positief over de vaststelling van de Verordening Meedoen-budget minimabeleid gemeente Rijssen-Holten 2027.
De ASD kijkt met belangstelling uit naar de reactie van het college en vindt het prettig om te horen hoe de aanbevelingen worden overgenomen en uitgewerkt.
Mocht het niet mogelijk zijn om bepaalde aanbevelingen over te nemen, dan stelt de ASD een toelichting op de gemaakte afwegingen zeer op prijs.
Wanneer er vragen zijn over bovenstaande adviezen, zijn we vanzelfsprekend bereid deze te beantwoorden.
U bereikt ons via de secretaris, Gerlinde Baan, info@asdrijssen-holten.nl.
Met vriendelijke groet,
J. Schapink, voorzitter en G.D. Baan-Rietman, secretaris
Reactie college op advies:
Het college bedankt de Adviesraad Sociaal Domein voor haar positieve advies en constructieve aanbevelingen. De genoemde aandachtspunten sluiten goed aan bij de doelstellingen van het Meedoenplatform en het vernieuwde minimabeleid. Hieronder gaan wij per adviespunt in op de wijze waarop deze aanbevelingen worden overgenomen en uitgewerkt.
1. Voorkom niet-gebruik
Het college onderschrijft het belang van het voorkomen van niet-gebruik. Een belangrijk doel van het vernieuwde minimabeleid en het Meedoenplatform is juist dat meer inwoners gebruikmaken van de voorzieningen waar zij recht op hebben. Het sterk vereenvoudigen van de regelingen en het samenbrengen van deze voorzieningen in het Meedoenplatform dragen hieraan bij.
Om inwoners goed to bereiken is een communicatieplan opgesteld waarbij inwoners via verschillende kanalen en op verschillende momenten worden ge~informeerd. Daarnaast hebben wij een bijeenkomst georganiseerd met leden van de ervaringsraad, die zelf gebruikmaken van de huidige regelingen. Met hen is besproken en getest Welke wijze van communiceren het beste aansluit bij de doelgroep.
Ook worden maatschappelijke organisaties actief betrokken via het Bestuurlijk Overleg Toegang. Deze organisaties hebben een belangrijke signalerende en doorverwijzende rol en worden betrokken bij de verdere uitwerking en communicatie rondom het Meedoenplatform.
Daarnaast breiden wij de mogelijkheden voor ambtshalve toekenning uit. Naast inwoners met een Participatiewet-uitkering ontvangen ook inwoners met een BBZ-uitkering automatisch toegang tot het platform. Ook inwoners die gedurende het jaar een bijstandsuitkering toegekend krijgen, ontvangen automatisch toegang. Verder wordt de inkomensperiode voor toetsing verkort van een jaar Haar Brie maanden, waardoor meet inwoners voor ondersteuning in aanmerking komen. Hiermee verwachten wij het niet-gebruik verder terug to dringen.
2. Houd de regeling toegankelijk
Het college neemt ook dit advies over. Hoewel het Meedoenplatform digitaal wordt aangeboden, vinden wij het belangrijk dat inwoners niet afhankelijk zijn van digitate vaardigheden om gebruik to kunnen maken van de voorzieningen.
Daarom is een ondersteuningsstructuur ingericht waarbij inwoners terecht kunnen bij het Klant Contact Centrum (KCC), het Sociaal Vraagplein (SVP) en, indien nodig, bij inkomensconsulenten voor specialistische ondersteuning of maatwerk.
Het Klant Contact Centrum wordt getraind en voorzien van werkinstructies, zodat veelgestelde vragen direct kunnen worden beantwoord. Wanneer meet ondersteuning nodig is, worden inwoners doorverwezen Haar het Sociaal Vraagplein. Het Sociaal Vraagplein organiseert aanvullende inloopmomenten waar inwoners ondersteuning kunnen krijgen bij het aanvragen van voorzieningen of het gebruik van het platform. Indien nodig kunnen medewerkers inwoners ook praktisch helpen bij het uitvoeren van handelingen binnen het platform.
Daarnaast worden medewerkers van zowel het KCC als het SVP getraind in het herkennen van beperkte basisvaardigheden, zoals digitate vaardigheden, gecijferdheid en laaggeletterdheid. Zij kunnen inwoners ondersteunen of doorverwijzen Haar passend aanbod. Ook ondersteunt het Sociaal Vraagplein inwoners bij complexere vragen in samenwerking met de inkomensconsulenten.
Het Meedoenplatform voldoet aan de geldende toegankelijkheidseisen (WCAG) en is samen met de ervaringsraad getest op begrijpelijkheid en gebruiksgemak. Ook zijn het aanvraagformulier en het aanvraagproces zo eenvoudig mogelijk ingericht. Hiermee willen wij waarborgen dat alle inwoners die voor een voorziening in aanmerking komen hiervan gebruik kunnen maken, ongeacht hun digitate vaardigheden of persoonlijke omstandigheden.
3.Monitor de effecten van de inkomensgrens
Het college neemt dit advies over. Wij vinden het belangrijk om de effecten van de gekozen inkomensgrens van 120% van de bijstandsnorm zorgvuldig to volgen en to beoordelen of deze in de praktijk aansluit bij de beoogde doelgroep.
Het gebruik van de voorzieningen, het bereik van de doelgroep en de financiele effecten van de regeling worden daarom vanaf de start actief gemonitord. In het eerste jaar vinden meerdere evaluatiemomenten plaats, waarbij specifiek aandacht wordt besteed aan signalen van inwoners die net buiten de doelgroep vallen. Ook de ervaringsraad wordt betrokken bij deze monitoring/evaluaties, zodat het perspectief van inwoners nadrukkelijk wordt meegenomen
Daarnaast blijft maatwerk mogelijk. Wanneer individuele omstandigheden daarom vragen, kan door de inkomensconsulent een beoordeling plaatsvinden binnen de mogelijkheden die de verordening biedt. Hiermee houden wij oog voor situaties waarin inwoners ondanks een inkomen boven de inkomensgrens toch knelpunten ervaren.
4.Besteed aandacht aan communicatie
Het college onderschrijft het belang van duidelijke en toegankelijke communicatie. Communicatie maakt vanaf het begin onderdeel uit van het projectteam en levert een actieve bijdrage aan de ontwikkeling en implementatie van het Meedoenplatform. Hierdoor wordt bij alle communicatie-uitingen rekening gehouden met begrijpelijke taal, toegankelijkheid en vindbaarheid.
Communicatie-uitingen richting inwoners worden bovendien getest door de ervaringsraad Hierdoor kunnen wij beter beoordelen of informatie over de voorzieningen, voorwaarden, geldigheidsduur en het gebruik van het platform voldoende duidelijk is voor de doelgroep. De uitkomsten hiervan worden gebruikt om communicatie waar nodig verder to verbeteren.
5.Evalueer de regeling
Het college neemt dit advies over. Vanaf de invoering van het Meedoen Platform wordt gestart met het monitoren van het gebruik, het bereik en de werking van het platform. Hiermee wordt eerder gestart dan de door de ASD geadviseerde termijn van twee jaar. Het eerste jaar staat vooral in het teken van het opdoen van ervaringen en het verzamelen van gegevens. Een evaluatie vindt plaats op een later moment, wanneer voldoende informatie beschikbaar is om de effecten van het platform goed to kunnen beoordelen.
Bij de evaluatie wordt niet alleen gekeken Haar het gebruik van de voorzieningen, maar ook Haar het bereik van de doelgroep, mogelijke vormen van niet-gebruik, ervaringen van inwoners, signalen van de ervaringsraad en de uitvoerbaarheid van de regeling. Hiermee wordt aangesloten bij de aandachtspunten die door de ASD zijn benoemd.
Voor de monitoring en evaluatie worden verschillende instrumenten ingezet, waaronder data-analyse, interne monitoring, gesprekken met inwoners en aanbieders, enquetes en, waar nodig, een externe evaluatie. De resultaten worden gebruikt om het Meedoen Platform verder to ontwikkelen en blijvend aan to laten sluiten bij de behoeften van inwoners.
Slot
Het college dankt de Adviesraad Sociaal Domein voor haar betrokkenheid en waardevolle adviezen. Wij zien de genoemde aanbevelingen als een belangrijke ondersteuning bij de verdere ontwikkeling en uitvoering van het Meedoenplatform en het minimabeleid, met als gezamenlijk doel dat meer inwoners daadwerkelijk gebruik kunnen maken van de beschikbare voorzieningen.